Forum

Please or Registreren to create posts and topics.

Clipperschip Cutty Sark 1:50

De Cutty Sark in het oorspronkelijke museumdok (eigen foto, ca. 1980)De Cutty Sark in het oorspronkelijke museumdok (eigen foto, ca. 1990)

Waarom nóg een Cutty Sark model?

Lang geleden, in 1933, schreef Dr. C.N. Longridge in het voorwoord tot zijn boek "The Cutty Sark - The Ship and the Model" (onvertaald) het volgende:

Although models of the Cutty Sark are so many and varied that, as a prototype, she is a somewhat hackneyed subject, I decided to build a model of her because authentic material for a scale model is available from photographs, measurements, and inspection of the ship, which make it possible to build a more accurate model of her than of any other ship of her time.

From the aesthetic point of view a scale model of the ship cannot fail to be a beautiful thing. Many lovers of ships agree that the tea clippers built between 1860 and 1870 were the loveliest ships that ever sailed. Of that swift and graceful sisterhood the Cutty Sark alone survives; she is as beautiful as any of them, and though years and the sea have somewhat battered her beauty, it is of that imperishable type which will always rise triumphant; and it inspires one to good work.

Wat kan ik nog meer zeggen?

Dr. Longridge besteedde onderzoek aan haar in de dertiger jaren van de 20e eeuw, toen de Cutty Sark nog in de vaart was. In 1954 kreeg zij als museumschip een rustplaats in een droogdok in Greenwich bij Londen, gerestaureerd naar haar oorspronkelijke uiterlijk als een composiet gebouwde China theeklipper uit de zeventiger jaren van de 19e eeuw. Juni 1957 werd de Cutty Sark geopend voor het publiek door H.M. Koningin Elisabeth en sindsdien hebben miljoenen scheepsliefhebbers haar bezocht. Van 2007 tot 2011 heeft het schip een grondige opknapbeurt ondergaan. Zij is heropend in het voorjaar van 2012 en zal dan hopelijk weer voor een lange tijd toegankelijk zijn voor het publiek. De Cutty Sark staat in het museumdok niet meer op haar kiel maar hangt, gesteund door vijzels, enkele meters boven de grond zodat het publiek het schip zelfs aan de onderzijde kan bekijken. Ter hoogte van de waterlijn is een glazen overkapping aangebracht; niet iedereen vindt dat mooi maar ja, smaken verschillen...

Mijn praktische ervaring met modelbouw is beperkt; als jonge man heb ik slechts enkele kleine modellen van zeilschepen gebouwd. Ik ben echter zo gefascineerd door dit prachtige schip dat ik heb besloten de sprong te wagen.

De Cutty Sark zal mijn eerste en, op de leeftijd van 78 (op het moment dat ik dit schrijf), misschien mijn laatste grote en complexe scheepsmodel zijn. Ik begin dit modelbouw-logboek meteen vanaf de geboorte van het idee zodat andere kunnen leren van mijn beproevingen en wederwaardigheden. En ik zal niet alleen beschrijven hóe ik het heb gedaan maar ook wát ik van plan ben te doen, zodat modelbouwers met meer ervaring mij kunnen behoeden voor domme fouten.

Zal ik het project tot een succesvol brengen? Alleen de tijd zal leren of ik teveel hooi op mijn vork heb genomen...

Documentatie

Ter voorbereiding van het project heb ik een groot aantal boeken, publicaties en tekeningen verzameld over de betreffende periode in het algemeen en over de Cutty Sark in het bijzonder. De betrouwbaarheid van dit materiaal bleek wisselend te zijn, dus een mens moet kritisch blijven. Bekend werk bleek vreemde fouten te bevatten terwijl eenvoudige boekjes, zoals bijvoorbeeld een begeleidend werkje bij een plastic Airfix bouwdoos, zeer betrouwbaar bleken te zijn. Ik heb mijn Cutty Sark-documentatie samengevat in dit PDF-document.

Als ik mezelf zou moeten beperken tot 2 boeken, dan zou ik “The Cutty Sark – The Ship and the Model” door C.N. Longridge en “China Tea Clippers” door George F. Campbell kiezen. Het boek van Longridge is lang geleden geschreven en modelbouwmethoden en -materialen zijn veranderd, maar het boek bevat veel gedetailleerde informatie over het schip. Het boek van Campbell gaat niet specifiek over de Cutty Sark maar over klipperschepen uit die periode in het algemeen, echter weer met heel veel details. George Campbell heeft in de vijftiger jaren van de vorige eeuw ook de tekeningen vervaardigd die gemaakt zijn voor de restauratie van de Cutty Sark in Greenwich.

Voor wat de modelbouwtekeningen betreft, zou ik er daarvan weer 2 kiezen. De eerste zou inderdaad de tekeningenset van de hand van Campbell zijn. Deze kan via Internet worden besteld bij de Cutty Sark shop en is relatief goedkoop voor wat hij te bieden heeft. De tekeningenset is instructief van karakter en is voor modelbouwers minder geschikt om ervan te meten.

De tweede zou de set zijn die gepubliceerd wordt door de Nederlandse Vereniging van Modelbouwers (NVM). De set is oorspronkelijk getekend in de zeventiger jaren van de vorige eeuw door het toenmalige bestuurslid Joost van Griethuysen †  die de constructie van het schip tot in het kleinste detail heeft bestudeerd. Een aantal jaren geleden heeft hij het lijnenplan opnieuw getekend en dit is de meest precieze weergave van de scheepsromp die ik heb gezien. Deze tekeningenset kan besteld worden bij het NVM Tekeningenarchief. De set bestaat uit 24 tekeningen, waarvan vele in kleur.

Naast het verzamelen van boeken, publicaties en tekeningen, heb ik de Cutty Sark twee maal bezocht voor het nemen van foto’s en heb ik contact gehad met kapitein Simon T. Waite (een vorige gezagvoerder van dit museumschip) en andere stafleden.

De romp in model 1

Wat ik beoog te doen is een model creëren dat alleen de uitwendige verschijning van het schip weergeeft. Ik heb veel respect voor mensen die modellen op spanten maken met alle interne details maar om ook het inwendige van een composiet gebouwd schip in model weer te geven gaat mijn mogelijkheden te boven. Het modelleren van de buitenzijde van Cutty Sark’s romp met al zijn complexe rondingen (kijk b.v. naar de achtersteven!) is al moeilijk genoeg.

De Cutty Sark heeft 137 dwarsscheepse ijzeren spanten die uit twee delen bestaan, bij de middenlijn van het schip samenkomen en aan de kielplaat zijn geklonken. De spanten hebben gaten voor bouten waarmee de houten rompbeplanking is bevestigd. Er zijn 13 draaispanten die het wulf vorm geven. De kiel en de voor- en achtersteven zijn ook van hout. De interne constructie is verstevigd met allerlei ijzeren langsverbanden. Een zeer duidelijke illustratie van composietconstructie is te vinden in het boek van Campbell.

Uit: China Tea Clippers door George F. Campbell, ISBN 0-679-20207-2, pag. 73

Wat ik van plan ben te doen is de romp op te bouwen uit dwarsscheepse triplex sjablonen, overeenkomend met de spantvormen, met daartussen houten vulstukken. Voor mijn gevoel is dat de beste manier om de rompvorm correct te krijgen. Als de romp gevormd is, breng ik daarop de schaalgetrouwe beplanking aan met strips van vliegtuigtriplex.

Het bijzondere aan de romp van de Cutty Sark is dat die lijkt op die van een gladdekschip, maar dan met opbouwsels met ijzeren frames die de kampagne, de dekhuizen en het foksel vormen. Ik zal de modelromp op een soortgelijke wijze bouwen.

Ik heb lang nagedacht over de bouwwijze van de verschansing. De verschansing is gemaakt van ijzeren platen die tegen de binnenzijde van de scheergang zijn geklonken. Naar de boeg toe vormen zij de zijwanden van het foksel en naar het achterschip toe vormen zij de zijwanden van de kampagne. Wat je niet kunt zien als je op het dek staat (of op de kade) is dat de beplanking van de romp eindigt boven het niveau van het dek. Ik heb een schets gemaakt die alle relevante details toont (de tekening is niet precies op schaal, dus niet ervan opmeten!).

Als je een van de afbeeldingen nader wil bestuderen en hij is daarvoor te klein, klik er dan rechts op en kies “Afbeelding opslaan als”; hij wordt dan in de oorspronkelijke, doorgaans grotere resolutie op je PC opgeslagen.

Wat ik voor de modelverschansing nodig heb is een constructie die op schaal a) de werkelijkheid goed weergeeft en b) stevig genoeg is om de trek van de tuigage te weerstaan. Ook hier moet immers rekening worden gehouden met het schaaleffect. Wat ik van plan ben te doen is dit:

Ik zal de 1 mm messingplaat niet in lange stukken gebruiken maar in afzonderlijke delen zoals in het echte schip, maar natuurlijk in een 1:50 schaalverhouding. Het gebruik van messingplaat heeft het voordeel dat je er onderdelen aan vast kunt solderen.

P.S.
In mijn bovenstaande schetsen lijkt het alsof de verschansingsteunen door het dek gaan. Dit was gebaseerd op een tekening in een document van The Cutty Sark Trust (Conservation Plan Volume 1: History of Fabric). Nadien heeft de curator van het schip mij laten weten dat dit tekeningdetail verwarrend is en dat de mogelijkheid van inwateren te groot is om een verbinding dóór het dek te maken. In werkelijkheid zijn de verschansingsteunen op een kleine ijzeren plaat bevestigd aan het hoekijzer tussen de ijzeren watergang en het lijfhout (zie hier).

De romp in model 2

Gedurende de bouw is de romp als een wezen zonder skelet, dus geeft ik hem een uitwendig skelet totdat inwendige langsverbanden de romp stijf genoeg gemaakt hebben.

Het onderste deel van de kiel zit op zijn plaats. Ik zal latjes in de “bouwhelling” zetten om de spanten (de triplex sjablonen) in de juiste stand te houden. De bouwhelling is robuust uitgevoerd, ik heb de neiging dingen zwaarder te maken dan strikt nodig is. Zo heb ik ooit een kinderbed gemaakt dat slechts door 2 man verplaatst kon worden.

Voor- en achtersteven

Lang geleden heb ik de voor- en achtersteven al gefabriceerd. In het echte schip zijn beide gemaakt van 15″ dik teak. Dit komt overeen met 7,62 mm in het model.

De tekening waarop de voorsteven is vastgezet is uit de eerste versie door Joost van Griethuysen maar de voor- en achtersteven hebben in het gereviseerde exemplaar dezelfde vorm en afmetingen.

De achterzijde van de achtersteven heeft aan beide zijden een afschuining van ca. 21° zodat het roer 42° kan draaien (het tegen­over­liggende deel van het roer heeft dezelfde afschuining). In het echte schip bestaat het afgeschuinde deel waarschijnlijk uit aparte vulstukken maar ik zal mijn massieve miniatuur-achtersteven eenvoudigweg in de juiste vorm vijlen.

Uit: China Tea Clippers door George F. Campbell, ISBN 0-679-20207-2, pag. 151

Ik heb mijn voor- en achtersteven hier balancerend op mijn werkbank geplaatst om een beetje gevoel te krijgen voor het uiteindelijke formaat van het model (Oei!).

Het roer 1

De reden dat ik met het roer wil beginnen is gelegen in het feit dat ik ondiepe uitsparingen in het roer en de achtersteven wil frezen om daarin de veren te plaatsen en omdat het gemakkelijker is om dat te doen terwijl het nog losse onderdelen zijn.

In mijn beroepsleven heb ik niets te maken gehad met scheepvaart en scheepsbouw. Daarom moet ik alles dat ik in model wil brengen, eerst bestuderen en begrijpen. Dientengevolge kan ik hier bevindingen presenteren die voor mijzelf nieuw zijn maar voor de hand liggend voor modelbouwers met meer ervaring. Je zult me dat zeker niet kwalijk nemen...

Waar ik wél wat ervaring mee heb, is het gebruik van CAD software voor de vervaardiging van constructietekeningen. Ik heb daarom alle details die ik heb gevonden over het roer van de Cutty Sark samengevat in de volgende tekening.

Het Gunstock type

Het roer van de Cutty Sark is van het Gunstock (= geweerkolf) type, t.w. het midden van de roerstok ligt in dezelfde lijn als de as van de roerhaken. Als het roer heen en weer beweegt, draait de roerstok alleen maar om zijn eigen as waardoor de doorvoer door het wulf niet veel ruimer hoefde te zijn dan de diameter van de roerstok. Ik neem aan dat de uitdrukking Gunstock-roer komt van de vorm en positie van een geweerkolf ten opzichte van de loop. De terugslag bij het afvuren van een geweer dient recht in de schouder van de schutter gericht te zijn. Zouden de kolf en de loop niet in één lijn liggen, dan zou dit ernstige repercussies hebben (leuke woordspeling, nietwaar?).

Vorm en valling van het roer

De vorm van het oorspronkelijke roer kan niet met zekerheid worden vastgesteld omdat dit al na een paar jaar op zee verloren is gegaan en er geen duidelijke afbeeldingen van zijn. Het huidige roer is er één in een serie. Volgens Campbell was er een kleine verjonging van het roer van de top naar de hak (evenwijdig lopend aan de achtersteven) en van de voor- naar de achterzijde. Ik heb dat op het echte schip niet kunnen zien en zal het daarom achterwege laten.

De achtersteven en dus ook het roer hebben een achterwaartse valling van 3º (ik weet niet meer waar ik dat vandaan heb maar het komt overeen met de meeste tekeningen). Ik begrijp nu ook waarom de broodwagen met zijn stuurgerei niet precies horizontaal staat maar ook enigszins achterover hangt.

Roerhaken en vingerlingen

De roerhaken en vingerlingen zijn gemaakt van hard geelkoper. Enige tijd geleden las ik een discussie op het Internet over het materiaal waarvan ze gemaakt zijn. Omdat ze een zwarte kleur hebben, leek het alsof ze van ijzer zijn, maar dat is onwaarschijnlijk vanwege de galvanische actie in zout water tussen ijzer en de geelkoperen beplating en bevestigingen. De curator van het schip bevestigde desgevraagd dat de roerhaken en vingerlingen gemaakt waren van geelkoper - brons - maar dat ze door vuil en corrosie zwart leken. Achteraf gezien was dit een overbodige vraag want in de originele specificatie van het schip, zoals opgenomen in het boek van Longridge, staat duidelijk:

Het kostte me enige tijd om me te realiseren dat deze braces (brassen) niets te maken hadden met de tuigage van het schip want een andere betekenissen van braces is… gudgeons (vingerlingen). Dus, de roerhaken en vingerlingen waren óf van messing óf van brons, maar zeker niet van ijzer.  Bij de laatste reconstructie zijn ze sowieso zwart geverfd.

Er is praktisch geen ruimte tussen het roer en de achtersteven, zoals te zien op de foto hieronder (de dieptemerken zijn niet origineel). De uitsparing voor de houten klos voor opsluiting van het roer en de uitsparingen voor de roerhaken en vingerlingen zijn duidelijk zichtbaar. Het Cutty Sark roer had trouwens geen ophanging bij de hak, wat een reden kan zijn dat ze zo vaak haar roer heeft verloren (1872, 1909, 1915).

Eigen foto (zeer bejaard)

Na het uitzagen van de roervorm ben ik aanvankelijk begonnen alle uitsparingen uit te frezen, gebruikmakend van mijn Unimat3 draaibank, omgebouwd als freesmachine. Dit bleek echter zo bewerkelijk te zijn dat ik besloten heb een computergestuurde portaalfrees aan te schaffen, die ik ook voor andere zaken kan gebruiken. Het is een (Duitse) Stepcraft 420 geworden.

Ik heb hem gekocht als onderdelenpakket (goedkoper!) en heb hem inmiddels succesvol samengesteld. Het gebruik zal ik in het volgende bericht demonstreren.

Henk Veldhuizen has reacted to this post.
Henk Veldhuizen

Ned. Ver. van Modelbouwers, Afd. Utrecht